Blaubeuren

Blaubeuren

Levendig sinds oertijden

Omgeven door beboste bergketens en steile rotsen ligt de Blautopf-stad Blaubeuren, schilderachtig ingebed in het keteldal van de Oerdonau. Vanwege deze speciale ligging en vooral door zijn vele bouwhistorische, culturele, archeologische, landschappelijke en geologische schatten wordt Blaubeuren ook de parel van de Zwabische Alb genoemd.

Oerhistorie

In de holen rondom Blaubeuren zijn unieke artefacten en kunstwerken geborgen, die teruggaan tot op de tijd dat de moderne mens zich 40.000 jaar geleden in Europa vestigde. Deze vondsten zijn toegankelijk gemaakt in het Oerhistorisch Museum. Alleen al het gebouw is een bezoek waard. Hier duikt de bezoeker de ijstijd in en ontdekt hij het leven en de cultuur van onze voorouders. In verschillende schatkamers wordt de kunst uit de ijstijd gepresenteerd. Kleine ivoren figuren laten een fragment van de dierenwereld in de ijstijd zien: mammoet, holenbeer, holenleeuw, watervogel en vis. Ook de Venus van de Hohle Fels, de qua figuur tot dusver oudste afbeelding van een mens, heeft hier in het museum een nieuw thuis gevonden. De schatkamer Klankwerelden herbergt de oudste fluiten ter wereld: de ene uit het bot van een gans gesneden, de andere zelfs van mammoetivoor.

Blautopf

De Blautopf, heel zeker Duitslands mooiste kartsbron, ligt uniek romantisch aan de zuidrand van de Schwäbische Alb. De kerktoren van het voormalige met sagen omgeven Benedictijnerklooster wordt heerlijk weerspiegeld. Bijna 22 meter diep is het trechtervormige bronmeer, waarvan de kleur met name na vrij lange regenpauzes mystiek blauw lijkt. Bij hoogwater „kookt“ de Blautopf over met bijna 32.000 liter per seconde; hij stort als jaargemiddelde altijd nog 2.300 liter per seconde. Dit kan worden verklaard doordat het regenwater in de verkarste ondergrond van de Schwäbische Alb sijpelt. Doordat de kalk oploste, ontstonden in de loop van miljoenen jaren uitgestrekte en indrukwekkende holensystemen binnenin het gebergte. Alleen al in het Blauhöhlen-systeem hebben de speleologen tot dusver meer dan elf kilometer gangen opgemeten - en het eind daarvan is niet in zicht.

Klooster

In de kloostertuin ontdekt de bezoeker een kleine op zichzelf staande wereld. Het laatgotische kloostercomplex is voor het grootste deel nog net behouden zoals de Benedictijner monniken dit tussen 1466 en 1510 opnieuw hebben opgebouwd in plaats van het Romaanse gebouw uit de tijd van de stichting van het klooster in 1085. Rond de clausuur met de kloosterkerk zijn de middeleeuwse stallen en schuren gegroepeerd. Het prachtige hoogaltaar en het koorgestoelte nodigen uit om te verpozen. Het enige nog behouden gebleven badhuis van monniken in Duitsland, gebouwd in 1510, toont binnen zijn complex op de begane grond de badcultuur van de Benedictijnse monniken. De eerste verdieping was voorbehouden aan de adellijke gasten, die zich na de jacht overgaven aan het feest. De schitterende feestzaal is opgesierd met seccoschilderingen.